EN | NL | DE | HU | CS | PL     
 


 

Nadat het koor de tekst in verschillende varianten heeft gezongen, besluiten de vrouwen- en mannenstemmen het stuk achtereenvolgens met een ingetogen ‘quia pius es’.

Na de verschrikkingen van Auschwitz - nu reeds ruim 65 jaren geleden - is het voor ons als nageslacht een plicht, om regelmatig al deze slachtoffers te gedenken, in nederigheid en erkentelijkheid.
En dat wij regelmatig voor hen bidden: ‘Eeuwige rust schenk hen, Heer, en eeuwig licht moge voor hen schijnen’.

Libera me
‘Libera me, Domine, de morte aeterna’. Bevrijd mij, Heer, van de eeuwige dood. Deze kreet vond ik zeer toepasselijk als slot van dit werk. Ik heb dit stuk dan ook als een soort finale behandeld, waarin verschillende thema's van de vorige stukken nog eens een reprise beleven.
Tevens heb ik - zoals in ‘Requiem’ en ‘Kyrie’ - ervoor gekozen, om de tekst dubbelzinnig te interpreteren. Enerzijds als gebed van de levenden voor de overledenen en anderzijds als kreet en aanklacht van de slachtoffers.

Na een onheilspellende paukenroffel gilt het koor de kreet ‘Libera me’ de zaal in, waarna de zang ontspoort in een furieuze chaos van verminderde septiemen. In een stijgende tonenreeks van het orkest lost die chaos langzamerhand op. Daarop volgt een boze reprise van het ‘Dies irae’.



AMSTERDAM  |  DVD  

TILBURG

PRAAG

BOEDAPEST

FRANKFURT

KRAKAU

BERLIJN