|
Een lyrisch tussenspel van het orkest betekent de inleiding van het gebed van de levenden voor de overledenen, gezongen door de Sopraan, de Tenor en de Bariton: ‘Requiem aeternam dona eis, Domine’ - ‘Eeuwige rust geef hen, Heer’ - waarna het orkest het thema overneemt.
Aan het eind van een instrumentaal tussenstuk vormt opnieuw een paukenroffel de inleiding tot de chaotische reprise van het eerste deel dat in de gezamenlijke kreet ‘Libera me’ van het koor en de solisten uitmondt. Het strijkersthema uit het ‘Praeludium’ leidt het einde in, het koor neemt afscheid met een plechtig ‘Amen’, waarna acht slagen van de bellen volgen. Het werk eindigt met een mysterieus unisono-akkoord van de strijkers.
‘Libera me, Domine’, bevrijd mij, Heer. Hoe vaak galmde deze kreet door de gebouwen en gangen van Auschwitz. Miljoenvoudig. Om daarna in oneindige teleurstelling en woede te schreeuwen: ‘Wanneer hemel en aarde zullen beven, wanneer Gij zult komen, om met vuur over de mensheid te oordelen’.
Hoe vaak werd er gebeden om wraak en vergelding, dat de beulen mogen beven in het aanzicht van God's toorn. Dat zij net zo door vuur zullen worden gestraft, als hoe zij de slachtoffers met vuur hebben vernietigd.
Ons rest enkel maar, om al deze zielen te gedenken en voor hen te bidden: ‘Heer, ontferm U over hen. Verhoor mijn gebed. Geef hen eeuwige rust, Heer, en het eeuwige licht moge voor hen schijnen. Amen.
Roger Moreno - Rathgeb
Vaals, Nederland 5 november 2009
|