EN | NL | DE | HU | CS | PL     
 


 

Het volgende thema - wederom gedomineerd door de houtblazers - stelt opnieuw de herder voor, die met zijn melodie de kudde bijeen houdt. De Alt en de Bariton nemen dit thema over in een wisselzang met de mannenstemmen van het koor. ‘Exaudi orationem meam, ad te omnis caro veniet’. (‘Verhoor mijn gebed, tot u komt al het vlees’). Daarna wordt het thema door het gehele koor in een wisselgezang overgenomen.
In het tweede deel dragen de Alt, de Tenor en het koor het ‘Requiem’ en ‘Kyrie eleison’ in een wisselgezang voor, gesteund door de koperblazers en de strijkers. Dit is niet zo zeer bedoeld als een gebed maar veeleer als een schier eisend verzoek, om tenslotte het ‘Heer, ontferm U’ als een smekende kreet te laten verschijnen.

Hoewel dit onderdeel als een gebed der levenden voor de doden is bedoeld, heb ik het op dubbelzinnige manier behandeld. Aanvankelijk is het ook een gebed, gezongen voor de doden. De solo’s van de Alt, de Bariton, de Tenor, en ook de antwoorden van het koor, stellen de gebeden van de levenden voor. De herder met zijn fluit verbeeldt de Heer. In het tweede deel nemen de solostemmen de rol van de levenden over, terwijl het koor de rol van de slachtoffers uitdraagt. De levenden bidden om rust en ontferming voor de doden, terwijl de slachtoffers om rust en ontferming voor zichzelf smeken, wat tenslotte uitmondt in een gezamenlijke kreet.
Hoeveel kreten klonken door de gebouwen en barakken van Auschwitz? Ontelbare kreten van pijn en wanhoop. Talloze kreten om genade en verlossing.
Hoe vaak vluchtte men in een troostend gebed? Een gebed om rust en ontferming. Of zocht men troost bij een toevallig aanwezige geestelijke ongeacht diens geloofsovertuiging.




AMSTERDAM  |  DVD  

TILBURG

PRAAG

BOEDAPEST

FRANKFURT

KRAKAU

BERLIJN