EN | NL | DE | HU | CS | PL     
 


 

Hoofdzaak was een woord van troost. Een woord van hoop. Een woord van toeverlaat. Om opnieuw kracht te verkrijgen voor de komende beproevingen van de Heer. Om nieuwe ontberingen te kunnen dragen. Om wellicht zelfs de zekere dood te kunnen ontlopen. Hoeveel gebeden werden niet verhoord? Hoeveel werden niet beantwoord? Tenminste niet op het moment waarop de hulp van de Heer het meest nodig was. Waardoor de bidder dus weer noodgedwongen vluchtte in de hoop om wellicht op eigen kracht uit deze hel op aarde te kunnen ontkomen. Men moest zien te overleven, omwille van ouders, broeders en zusters, kinderen en kleinkinderen. Men wilde overleven, om de wereld daarna de waarheid te kunnen verkondigen. De waarheid van de gruwel en de onrechtvaardigheid. Men zou overleven, om over de gehele wereld de kracht van het geloof en de goddelijke macht te verkondigen. De macht van God over de duisternis.

Dies Irae
‘Dies irae, dies illa’ (‘Dag van toorn, en dag van aanklacht’)
Reeds deze weinige woorden laten vermoeden, wat in dit deel op ons afkomt. Het ‘Dies Irae’ als dodensequentie is in de reglementaire liturgie sinds geruime tijd niet meer aanwezig. Tevens werd de tekst in vroegere tijden vaak in verschillende gedeeltes gegroepeerd. Omdat het mijn bedoeling was, om het als een soort aanklacht en weerstand van de slachtoffers tegenover hun beulen te interpreteren, besloot ik om het toch en in zijn geheel te gaan gebruiken.
Reeds de eerst vier woorden van de opening - gezongen door het koor en ondersteund door de koperblazers en de paukenroffel - weerspiegelen zowel de woede en de weerstand van de slachtoffers, als de toorn van de Heer. Daarna ronden de Sopraan, de Tenor en het koor de eerste aanklacht af.



AMSTERDAM  |  DVD  

TILBURG

PRAAG

BOEDAPEST

FRANKFURT

KRAKAU

BERLIJN