|
"Mijn ouders, mijn zusje en broertje, zijn op 16 mei 1944, met alle andere Sinti en Roma die de nazi's te pakken konden krijgen, gearresteerd.
Ik was uit logeren bij m'n tante. Toen we van deze razzia hoorden, zijn we meteen ondergedoken, maar later werden we toch ook gepakt om naar Westerbork te worden gebracht. Dat was op 19 mei 1944.
Het zogenaamde 'zigeunertransport' was al vertrokken en ze konden ons onmogelijk op tijd in de trein krijgen. Dus besloten ze om ons naar het station in Assen te brengen. Daar zag ik m'n vader en moeder, m'n zusje en broertje in de beestenwagen, voor de laatste keer. Ik ben ontsnapt omdat een 'goede' politieman, toen ik naar ze toe wilde lopen, me achteruit duwde, en zei: "Wegwezen". De rest van de oorlog zijn we ondergedoken geweest. Ik was 7 jaar, en ik was eerst bij m'n tante en daarna bij m'n grootouders. Na de oorlog kwam ik bij een tante in huis, die zelf twee dochters had, en daar ben ik als een broer opgevangen."
|